Learn: Next Steps

Learn: Features

FEATURED PARTNER

boxesandarrows.com logo

Boxes and Arrows is an online journal dedicated to understanding the design of the architecture and structure of digital spaces, and often features articles on the craft of information architecture.

Hoe maak je een facetclassificatie en hoe plaats je haar op het web?

How to Make a Faceted Classification and Put It On the Web
© William Denton 1993-2010 en beschikbaar voor gebruik onder de Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Gelijk delen 2.5 Canada licentie.

Vertaald door Rianne Stolwijk

Download DOC: Hoe maak je een facetclassificatie en hoe plaats je haar op het web? (173KB)

Geplaatst door wtd op 28 maart 2009 - 1:19 am

Update februari 2007: IA Voice heeft dit essay gebruikt als basis voor een serie van vier podcasts! De eerste is IA E-Learning: Faceted Classification (1 of 4).

Denton, William. "How to Make a Faceted Classification and Put It On the Web", nov. 2003. http://www.miskatonic.org/library/facet-web-howto.html.

Dit is een vervolg op Putting Facets on the Web: An Annotated Bibliography en is het tweede essay dat ik heb geschreven voor Prof. Clare Beghtol van de Faculteit van Informatiewetenschappen van de Universiteit van Toronto, die mij begeleidde bij een diepgaande cursus genaamd: "Het toepassen van facetclassificaties in een internetwereld."

0. Inleiding

Facetclassificaties komen steeds vaker voor op het World Wide Web, met name op commerciële sites (Adkisson 2003). Dit is niet verbazingwekkend – facetten zijn een natuurlijke manier om dingen te ordenen. Waarschijnlijk hebben veel webontwerpers ze zelf herontdekt door zich af te vragen: "Op welke andere manieren zouden mensen deze gegevens willen bekijken? Hoe kunnen ze nog meer worden opgedeeld?" Uit de literatuur over het toepassen van facetten op het web (Denton (2003)) blijkt dat bibliothecarissen het een goed idee vinden, maar niet precies weten hoe ze het moeten aanpakken, terwijl de webexperts die er al daadwerkelijk iets mee doen, vaak niets weten van S.R. Ranganathan, de Classification Research Group en de decennialange geschiedenis van facetten.

Dit essay poogt die kloof te overbruggen door procedures en adviezen te geven over alle stappen die horen bij het bouwen van een facetclassificatie en het plaatsen ervan op het web. Webexperts kunnen hun voordeel doen met een grondig zevenstappenplan voor het maken van een facetclassificatie en bibliothecarissen verkrijgen kennis over hoe dergelijke classificaties op een computer kunnen worden geplaatst en beschikbaar gesteld op het web. Dit essay is bedoeld voor zowel webbeheerders als informatiearchitecten die niet zo veel weten over bibliotheek- en informatiewetenschappen, en voor bibliothecarissen die niet zo veel weten over het bouwen van databases en websites. De classificaties zijn bedoeld voor kleine of middelgrote verzamelingen van dingen, bedoeld voor openbare of particuliere websites, waarbij zaken moeten worden geordend waarvoor geen geschikte classificatie bestaat. De bedoeling van dit essay is nadrukkelijk niet om te laten zien hoe u een zoveelste universele classificatie kunt maken, noch om te beschrijven hoe een bibliotheek die een facetclassificatie als ordeningssysteem heeft, haar catalogus online kan zetten.

Dit essay is in vier onderdelen verdeeld: wanneer maak je een facetclassificatie, hoe maak je er een, hoe plaats je haar op een computer, en hoe pas je haar toe op het web? Ik richt me voornamelijk op de twee middelste onderwerpen. De vraag wanneer je facetten moet gebruiken is niet erg moeilijk te beantwoorden (algemene vragen over doel en nut van classificaties buiten beschouwing gelaten). Gedetailleerd advies over het ontwerp en de implementatie van een goede website valt buiten het bestek van dit essay en behoeft een begeleidende website met voorbeelden om goed begrepen te worden (zie Nielsen (2000) voor uitstekend advies). In het laatste deel geef ik enkele richtlijnen over de zaken die moeten worden overwogen wanneer je facetten op het web plaatst, maar dit is geen lang verhaal. De twee middelste onderwerpen over hoe je een facetclassificatie maakt en op een computer plaatst, worden veel uitvoeriger behandeld.

Wat zijn facetten? Neem een alledaags voorbeeld als wijn. Elke wijn heeft een bepaalde kleur. Hij komt uit een bepaalde streek. Hij wordt gemaakt van een bepaald soort (of een mix van) druiven. Zijn oogstjaar is bekend. Hij heeft een door de nationale wijnautoriteit gegarandeerde kwaliteit. Hij wordt geleverd in een vat met een vaststaand volume. Er hangt een prijs aan. Men kan een lijst maken van alle wijnsoorten, maar die zou enorm lang en onpraktisch worden. Op het web zou je door schermen vol eindeloze onderverdelingen moeten scrollen – moeilijk te gebruiken en moeilijk te doorzoeken. Met facetten kunnen we een handjevol klassen creëren die samen elke wijn volledig beschrijven: kleur, herkomst, druif, jaar, benaming, volume, prijs. Elke klasse wordt gevuld met de juiste termen en op een toepasselijke manier ingedeeld. Vervolgens wordt elke fles wijn geclassificeerd door de juiste termen uit de klassen te kiezen. Dit is een facetclassificatie: een verzameling elkaar volledig uitsluitende en tezamen exhaustieve klassen, elk gevormd op basis van één enkel gezichtspunt op de items (een facet), die met elkaar gecombineerd alle betreffende objecten volledig beschrijven en die door gebruikers, door middel van zoeken en grasduinen, kan worden gebruikt om te vinden wat ze nodig hebben.

Facetten en het web passen erg goed bij elkaar. Barbara Kwasnick (1999, 39) heeft gezegd: "Het idee van facetten berust op de overtuiging dat er meer dan één manier is om naar de wereld te kijken en dat zelfs die classificaties die als stabiel worden gezien, feitelijk van tijdelijk aard en dynamisch zijn. Het is de uitdaging om classificaties te bouwen die flexibel zijn en waaraan nieuwe fenomenen kunnen worden toegevoegd." Nadat ze zijn gebouwd, is het de uitdaging om ze makkelijk in het gebruik te maken. Dankzij hypertekst en het web zijn dynamische presentaties met een paar muisklikken te realiseren. Facetten creëren een multidimensionaal ordeningssysteem en webbrowsers zijn een gemakkelijk en bekend hulpmiddel om tussen een groot aantal dimensies te navigeren. Alle voordelen van facetclassificaties kunnen tot uiting komen op het web. Voordat we het gaan hebben over het hoe, moeten we echter eerst bekijken wanneer we facetten gebruiken.

1. Wanneer maak je een facetclassificatie?

Kwasnick (1999) onderscheidt vier classificatiestructuren: hiërarchieën, boomstructuren, paradigma’s en facetten. Als een van de eerste drie voldoet, gebruik die dan. Als een ander ordeningsprincipe, zoals een tijdlijn of ordening op grootte, werkt, gebruik dat dan. Het ontwerp van de classificatie moet voortvloeien uit het doel ervan, en verschillende dingen kunnen voor verschillende doeleinden op verschillende manieren en met verschillende structuren worden geclassificeerd. Als de rest niet voldoet, kijk dan naar facetten.

1.1 Wanneer maak je geen facetclassificatie?

Hiërarchieën en boomstructuren (denk aan ingesprongen lijsten) zijn het beste wanneer de betreffende objecten zo worden beschouwd dat zij één classificatiedimensie hebben. In hiërarchieën worden dingen in groepen ingedeeld en onderverdeeld, waarbij elke nieuwe groep een ondersoort van de bovenliggende groep is; alles wat geldt voor een groep, geldt ook voor zijn subgroepen en alles daaronder (Kwasnick 1999, 25). Het klassieke voorbeeld hiervan is Linnaeus’ taxonomie van de levende natuur. Boomstructuren kennen daarentegen niet de regels van overerving (Kwasnick 1999, 30). Een voorbeeld: Noord-Amerika omvat Canada, de Verenigde Staten en Mexico, en Canada omvat tien provincies en drie territoria, maar Ontario is geen soort Canada en Canada is geen soort Noord-Amerika.

Een paradigma is een tweedimensionale classificatie (denk aan een spreadsheet). Gebruik paradigma’s wanneer er sprake is van twee losstaande gezichtspunten. Kwasnick (1999, 35-36) gebruikt het voorbeeld van termen die familierelaties beschrijven, welke in een tabel kunnen worden ingedeeld met het geslacht (man/vrouw) langs de ene as en de relatie (ouder, kind, oom/tante) langs de andere as. Een vergelijking tussen Engelse en Poolse termen voor verschillende relaties toont aan dat de betekenis van de Engelse term "cousin" in het Pools met vier verschillende termen wordt weergegeven, waarbij het geslacht en de kant van de familie waartoe de cousinI behoort niet worden genegeerd.

1.2 Wanneer maak je een facetclassificatie?

Facetten omvatten drie of meer classificatiedimensies. Wanneer het voor het doel van de classificatie mogelijk is om de objecten in te delen in drie of meer elkaar volledig uitsluitende en tezamen exhaustieve klassen, zijn facetten waarschijnlijk de aangewezen classificatiemethode. Met facetten kan het geheel der menselijke kennis worden geordend, maar ook de kleding in je kledingkast of alles daartussen. De Colon Classificatie van Ranganathan en de Bibliografische Classificatie van Bliss, welke zullen worden behandeld in het volgende hoofdstuk, zijn universele classificaties. We zullen daarnaast ook wat voorbeelden van kleinere classificaties behandelen.

Kwasnick (1999, 40-42) vermeldt een aantal voordelen van facetclassificaties: ze vereisen geen volledige kennis van de objecten of hun relaties; ze zijn gastvrij (nieuwe objecten kunnen eenvoudig worden toegevoegd); ze zijn flexibel; ze zijn expressief; ze kunnen ad hoc zijn en een vrije vorm hebben; ze maken het mogelijk om de te classificeren dingen vanuit veel verschillende gezichtspunten te bekijken en op verschillende manieren te benaderen. Ze noemt drie grote problemen: de moeilijkheid om de juiste facetten te kiezen; het gebrek aan mogelijkheden om de verbanden tussen de facetten aan te geven; de moeilijkheid om alles te visualiseren. Het kiezen van de juiste facetten is van groot belang en vereist een goede kennis van de te classificeren items en de gebruikers, maar dat geldt voor elke classificatie of indeling. Het gebrek aan mogelijkheden om de relaties tussen facetten uit te drukken is een probleem, maar dit wordt niet behandeld in dit essay. We zullen ervan uitgaan dat de gebruikers de items goed kennen zodat ze de relaties op basis van hun eigen kennis kunnen afleiden. Wat het probleem van de visualisatie betreft, merkt Kwasnick (1999, 42) op: "De informatietechnologie biedt potentieel nieuwe mogelijkheden voor multidimensionale visualisatie en voor het ontwikkelen van computerondersteunde manieren om patronen en onregelmatigheden te herkennen die mogelijkerwijs tot nieuwe kennis kunnen leiden." We zullen zien dat het web deze belofte waarmaakt.

1.3 Afwasmiddel als voorbeeld

Dit voorbeeld dient ter illustratie van de processen en principes die ik verderop zal bespreken. Ik heb besloten om als domein (zo zullen we de verzameling te classificeren dingen noemen) een kleine verzameling verbruiksgoederen te nemen: afwasmiddelen. Dit is om een aantal redenen geschikt voor ons doel: iedereen kent het; de verzameling is redelijk klein (maar groter dan u zou denken als u de schappen in de supermarkt niet heeft bestudeerd); het taalgebruik is al enigszins afgebakend; en, zoals we later zullen zien, doet het dienst als een goed voorbeeld van hoe je een kleine classificatie kunt uitbreiden naar een grotere.

Ik ben naar de grootste supermarkt bij mij in de buurt gegaan en heb de namen van alle afwasmiddelen in de schappen opgeschreven. Ik heb de volgorde iets gewijzigd, maar ze stonden bijna exact zo op de plank – let op de indeling die de winkel hanteert om het product aan de klant te presenteren:

Vloeibare afwasmiddelen voor de vaatwasser: Cascade Pure Rinse Formula; Electrasol lemon gel; Merkloos lemon gel; Palmolive spring blossom gel.

Afwaspoeders voor de vaatwasser: Cascade Complete; Cascade, fresh scent; Electrasol Double Action, fresh scent; Merkloos Premium Formula; Merkloos Premium Formula, lemon-scented; Sunlight Lemon Fresh.

Gel packs voor de vaatwasser: Electrasol Gelpacs, orange blossom.

Vaatwastabletten: Electrasol tablets; Merkloze Premium Formula tablets.

Vloeibare afwasmiddelen voor de afwas met de hand: Ivory Classic; Merkloos Liquid Dish Detergent, lemon-scented; Palmolive Aroma Therapy, Lavender and Ylang Ylang; Palmolive Aroma Therapy, Mandarin and Green Tea Essence; Palmolive Original; Palmolive Spring Sensations, Fresh Green Apple; Palmolive Spring Sensations, Ocean Breeze; Palmolive Spring Sensations, Orchard Fresh; Palmolive, antibacterial; President's Choice Antibacterial Hand Soap & Dishwashing Liquid; President's Choice Invigorating Aroma Therapy, Passion Flower; President's Choice Relaxing Aroma Therapy, Ruby Red Grapefruit; President's Choice Tough on Grease; Sunlight, antibacterial; Sunlight, lemon fresh.


Om het simpel te houden laten we het formaat en de prijs van de producten buiten beschouwing. Het winkelend publiek is onze doelgroep; scheikundigen en technici die met zeep en schoonmaakmiddelen voor in de huishouding werken, hebben andere behoeften waardoor een andere classificatie nodig zou zijn. In het volgende hoofdstuk zullen we met deze items een classificatie bouwen die de supermarkt kan gebruiken om de klant te helpen bij het vinden en kopen van het afwasmiddel dat hij of zij zoekt.

2. Hoe maak je een facetclassificatie?

Dit hoofdstuk bevat een procedure van zeven stappen voor het bouwen van een facetclassificatie, die is gebaseerd op het werk van B.C. Vickery (1960) en Louise Spiteri (1998). We beginnen echter met het bekijken van een aantal bestaande facetclassificaties om te zien hoe deze ontworpen zijn en welke inzichten ze bieden voor het maken van een nieuwe classificatie.

2.1. Voorbeelden van facetclassificaties

Laten we eerst eens kijken naar twee van de drie bekendste universele facetclassificatiesystemen: de Colon Classificatie en de tweede editie van de Bibliografische Classificatie van Bliss (BC2). De Colon Classificatie van S.R. Ranganathan bestaat uit vijf, tegenwoordig klassieke, facetten (zie Ranganathan (1962), een van zijn vele boeken, voor een inleiding op de facetten en hoe ze te gebruiken):

  • Personality (karakter) (het object waar het om gaat, bijvoorbeeld een persoon of een gebeurtenis in een historische classificatie, of een dier in een zoölogische classificatie)
  • Matter (stof) (waarvan iets is gemaakt)
  • Energy (energie) (hoe iets verandert, verwerkt wordt of zich ontwikkelt)
  • Space (plaats) (waar iets is)
  • Time (tijd) (wanneer iets gebeurt)

Deze vijf, beter bekend als PMEST, zijn misschien voldoende voor u. Als u er meer nodig heeft, kijk dan eens naar de BC2 om ideeën op te doen (Broughton 2001, 79):

  • ding/object
  • soort
  • deel
  • kenmerk
  • materiaal
  • proces
  • handeling
  • object dat de handeling ondergaat
  • resultaat
  • bijverschijnsel
  • agens
  • plaats
  • tijd

Vanda Broughton, een van de redacteuren van de BC2, heeft gezegd: "Van deze dertien fundamentele klassen is aangetoond dat ze voldoende zijn voor de analyse van het vocabulaire binnen bijna elk denkbaar kennisgebied. Het is echter zeer waarschijnlijk dat er andere algemene klassen bestaan; het is zeker zo dat er een aantal domeinspecifieke klassen zijn, zoals bijvoorbeeld vorm en genre in de literaire wereld." (2001, 79-80) De BC2 is een goed uitgangspunt voor het nadenken over het bouwen van een facetclassificatie. Haar facetten kunnen hernoemd en aangepast worden om aan de specifieke omstandigheden te voldoen.

Vickery, een van de leden van de Classification Research Group, had nog andere algemene suggesties:

Naast deze [algemene klassen], kunnen er in elke wetenschappelijke classificatie een aantal termen voorkomen die op verschillende plekken in de notatieformule kunnen worden geplaatst. Zo kan elk kenmerk of proces zelf een algemeen kenmerk hebben: mate, verscheidenheid, etc. Er bestaan algemene handelingen met betrekking tot kenmerken (bijv. opmeten) en met betrekking tot processen (bijv. in gang zetten, beheersen). Er zijn ook een aantal handelingen die betrekking hebben op apparaten (uitrusting, gereedschappen) zoals ontwerp en onderhoud. Tot slot zijn er een aantal algemene logische of geestelijke handelingen: vergelijking, uitleg, etc. [Vickery haalt vervolgens andere verzamelingen van essentiële klassen aan, zoals die van Shera en Egan] agens, handeling, gereedschappen, object dat de handeling ondergaat, tijd, plaats en resultaat. Barbara Kyle schrijft over natuurlijke fenomenen, artefacten, activiteiten en ‘bedoelingen, doelstellingen, ideeën en abstracties.’ De Grolier oppert de ‘constante klassen’ van tijd, plaats en handeling, en de ‘variabelen’ substantie, orgaan, analytisch, synthetisch, kenmerk, vorm en structuur. (1960, 23-24)

Hoe kleiner het domein, hoe specifieker en gedetailleerder de facetten kunnen zijn. Het is niet, of bijna niet, nodig je te bekommeren om de problemen die intrinsiek zijn aan het indelen van het geheel der menselijke kennis, en het systeem kan zo nauwkeurig zijn als nodig is om aan het doel te voldoen. Nu volgen een aantal voorbeelden van kleinere classificaties, te beginnen met de Thesaurus van kunst & architectuur (Petersen 1994, 26) die eigenlijk niet echt een classificatiesysteem is, maar wel uit facetten bestaat. Merk op dat sommige van de classificaties gebaseerd zijn op Ranganathans Personality, Matter, Energy, Space en Time.

  • Verwante concepten (bijv. filosofie)
  • Fysische eigenschappen (dichtheid)
  • Stijlen en perioden (neo-geo) (vergelijkbaar met Space en Time)
  • Agentia (mensen/organisaties) (vuurtorenwachters)
  • Activiteiten (nadenken) (vergelijkbaar met Energy)
  • Materialen (multiplex) (vergelijkbaar met Matter)
  • Objecten (stapelbedden) (vergelijkbaar met Personality)

Epicurious (z.d.) is een website over koken waarop de recepten als volgt geordend zijn:

  • Keuken, d.w.z. culturele herkomst (bijv. Indiaas) (vergelijkbaar met Space)
  • Speciaal dieet (vetarm)
  • Maaltijd/gang (soepen)
  • Hoofdingrediënten (aardappels) (vergelijkbaar met Matter)
  • Bereidingswijze (grillen) (vergelijkbaar met Energy)
  • Seizoen/gelegenheid (Valentijnsdag) (vergelijkbaar met Time)

Vickery (1975, 189-192) beschrijft een classificatiesysteem voor verpakkingen:

  • Producten (bijv. jam)
  • Onderdelen (afsluitdeksels)
  • Materialen (kurk)
  • Handelingen (bewerking)
  • Diverse algemene onderverdelingen (onderzoek, informatie, veiligheid)

In sommige gevallen zijn vier of vijf facetten niet voldoende. Voor de bodemclassificatie van Vickery (1960, 20-21) waren er achttien nodig:

  • Bodem, naar samenstelling (bijv. veenbodems)
  • Bodem, naar herkomst (granietachtige bodems)
  • Bodem, naar fysiografie (woestijnbodems)
  • Bodem, naar textuur (zanderige klei)
  • Bodem, naar klimaat (bevroren bodems)
  • Fysische component van de bodem (grind)
  • Chemische component van de bodem (stikstof)
  • Structuur van de bodem (profiel)
  • Bodemlaag (horizont)
  • Oganismen in de bodem (bacteriën)
  • Bronmateriaal van de bodem (turf)
  • Proces in de bodem (mineralisering)
  • Eigenschap van de bodem (cohesie)
  • Mate waarin de eigenschap voorkomt (kleefgetal)
  • Bewerking van de bodem (verbetering)
  • Gereedschap voor de bewerking (ploeg)
  • Stoffen gebruikt voor de verbetering (kalk)
  • Handelingen op deze stoffen (plaatsing)

The International Sematech Wafer Services group, onderdeel van een internationaal consortium van halfgeleiderproducenten, maakt gebruik van zeer specifieke klassen die weinig zullen betekenen voor mensen van buiten het vakgebied (International Sematech 2003). Het lijkt een mix van speciale Matter, Space en Energy facetten te zijn, maar er worden geen definities gegeven, waardoor het moeilijk gissen is. Als de groep gebruikers klein is of uit specialisten bestaat, is er veel vrijheid om nauwkeurig en bondig te zijn:

  • Wafelgrootte (bijv. 200 mm)
  • Aanbrenging (etsen)
  • Soort patroonelement (via/verbinding)
  • Formaat patroonelement (0,22 m)
  • Diëlektricum (oxide)
  • Opvulling (wolfraam)
  • Elektrische tests (BTS)

Lillian Vernon Online (z.d.) heeft een cadeauzoeker op de website die de gebruiker de mogelijkheid geeft het aanbod te verkleinen door keuzes te maken uit vier facetten. Afhankelijk van de beperkingen in de zoekvraag, wordt een lijst samengesteld met producten in de categorieën reizen, de badkamer, slaapkamer, keuken, tuin of het kantoor.

  • Ontvanger van het cadeau (bijv. voor haar)
  • Zijn/haar interesses (amusement)
  • Gelegenheid (verjaardag)
  • Prijsklasse (€25-€50)

De site heeft nog twee andere mogelijkheden: met de ene kun je de resultaten beperken tot cadeaus die gepersonaliseerd kunnen worden; met de andere beïnvloed je de rangschikking van de resultaten: op productnaam of op oplopende of aflopende prijzen. Elke commerciële classificatie moet een facet voor kosten of prijzen hebben.

2.2. Spiteri's vereenvoudigde model voor facetanalyse

Louise Spiteri (1998) heeft de ingewikkelde verzameling regels die Ranganathan en de Classification Research Group hebben opgesteld voor het bouwen van facetclassificatiesystemen geanalyseerd en heeft haar eigen, eenvoudigere verzameling regels opgesteld. Deze waren voornamelijk bedoeld als hulpmiddel bij lessen aan studenten bibliotheek- en informatiewetenschappen, maar ze merkt op dat: "…het model kan worden gebruikt door ontwerpers van facetclassificaties en thesauri voor information retrieval, omdat deze ontwerpers anders misschien meerdere bronnen moeten raadplegen om bekend te raken met de principes van facetanalyse die zij nodig hebben voor hun werk." (1998, 4) Spiteri’s principes zijn simpel en volledig en vormen de fundering voor de procedure die hieronder wordt beschreven.

Spiteri verdeelt classificaties net als Ranganathan in drie delen: "Het Ideeënniveau, dat bestaat uit het analyseren van een onderwerpsgebied om zijn samenstellende delen te bepalen; het Verbale niveau, dat bestaat uit het kiezen van de juiste terminologie om deze samenstellende delen tot uitdrukking te brengen; en het Notatieniveau, dat bestaat uit het tot uitdrukking brengen van deze samenstellende delen in een notatiesysteem." (1998, 5) De gang van het Ideeënniveau (dat Spiteri in twee delen verdeelt), naar het Verbale niveau, naar het Notatieniveau leidt ons van idee naar woord naar notatie, van het globale idee van wat het object inhoudt naar het uitdrukken van dat concept in een gecontroleerd vocabulaire tot het omvormen van die woorden in een notatie. De laatste stap van het Notatieniveau is vanwege de manier waarop het web werkt minder belangrijk voor ons dan de andere stappen.

Dit zijn de regels uit Spiteri’s model voor het bouwen van een facetclassificatie:

Het Ideeënniveau: regels voor de keuze van facetten

a) Differentiatie: "Bij het opdelen van een object in zijn samenstellende delen, is het belangrijk om verdelingskarakteristieken (bijv. facetten) te gebruiken die deze samenstellende delen duidelijk van elkaar onderscheiden." (Spiteri 1998, 5) Bijvoorbeeld het indelen van mensen naar geslacht.

b) Relevantie: "Bij het kiezen van facetten volgens welke de objecten worden geklasseerd, is het belangrijk ervoor te zorgen dat de facetten het doel, onderwerp en de reikwijdte van het classificatiesysteem weerspiegelen." (1998, 6)

c) Achterhaalbaarheid: "Het is belangrijk facetten te kiezen die ondubbelzinnig en te achterhalen zijn." (1998, 6)

d) Duurzaamheid: facetten moeten "duurzame eigenschappen weergeven van het item dat wordt geklasseerd." (1998, 18)

e) Homogeniteit: "Facetten moeten homogeen zijn." (1998, 18)

f) Wederzijdse uitsluiting: facetten moeten "elkaar uitsluiten", "elk facet kan slechts één verdelingskarakteristiek weergeven.” (1998, 18).

g) Essentiële klassen: "Er bestaan geen klassen die essentieel zijn voor alle onderwerpen en (…) klassen moeten worden ontleend aan de kenmerken van het onderwerp dat geclassificeerd wordt." (1998, 18-19)

Het Ideeënniveau: regels voor de weergavevolgorde van de facetten en focussen

a) Relevante volgorde: "De weergavevolgorde van de facetten [en focussen] moet relevant zijn voor de aard, het onderwerp en de reikwijdte van het classificatiesysteem." (1998, 21-22). Suggesties: chronologisch, alfabetisch, ruimtelijk of geometrisch, van eenvoudig naar complex, canoniek, oplopende of aflopende hoeveelheid.

b) Consistente volgorde: "Wanneer een weergavevolgorde voor de facetten is vastgesteld voor een classificatiesysteem, moet deze niet meer worden gewijzigd tenzij er een wijziging is in het doel, onderwerp of de reikwijdte van het systeem." (1998, 7-8) Dit geldt niet wanneer we gebruikers de mogelijkheid bieden om de facetten te herschikken.

Het Verbale niveau

a) Context: "De context waarbinnen de betekenis van een term moet worden gezien, blijkt uit zijn positie in het classificatiesysteem." (1998, 11) Bijvoorbeeld: Londen, Ontario en Londen, Engeland kunnen beide worden aangeduid met alleen "Londen". Welke wordt bedoeld, blijkt uit het deel van de classificatie: het deel voor steden in Ontario of dat voor steden in Engeland.

b) Gangbaarheid: "De gebruikte terminologie in een classificatiesysteem moet het huidige taalgebruik in het onderwerpsgebied weerspiegelen." (1998, 11) Dit betekent dat het systeem regelmatig moet worden bekeken en herzien.

Het Notatieniveau

a) Synoniem: "Elk onderwerp kan slechts door één uniek klassengetal worden weergegeven." (1998, 12)

b) Homoniem: "Elk klassengetal kan slechts één uniek onderwerp weergeven.” (1998, 12).

c) Gastvrijheid: "De notatie moet het mogelijk maken dat op elk punt in het classificatiesysteem nieuwe onderwerpen, facetten en focussen worden toegevoegd."
(1998, 20).

d) Opbergvolgorde: "Het notatiesysteem moet de opbergvolgorde van de onderwerpen weerspiegelen. Zo’n notatie zou de weergavevolgorde moeten weerspiegelen die ten grondslag ligt aan het classificatiesysteem." (1998, 20)


2.3. Het bouwen van de facetclassificatie

Vickery gaf vier stappen voor het bouwen van een facetclassificatiesysteem: ten eerste: "De kern van facetanalyse is het indelen van termen uit een bepaald kennisgebied in homogene, elkaar volledig uitsluitende facetten, die elk op basis van één enkele verdelingskarakteristiek ontleend zijn aan de hoofdverzameling." (1960, 12) Daarna volgen er drie stappen: "(i) een volgorde vaststellen voor de facetten die wordt toegepast bij het vormen van samengestelde onderwerpen, (ii) de lijsten voorzien van een notatie waarmee termen volledig flexibel kunnen worden gecombineerd en die de objecten een geprefereerde opbergvolgorde geeft, en (iii) het facetsysteem op zo’n manier gebruiken dat zowel specifieke verwijzingen als algemene overzichten, voor zover gewenst, mogelijk zijn." (1960, 13) Mijn procedure voor het bouwen van een facetclassificatiesysteem herschikt de stappen van Vickery en voegt aan het begin en eind stappen toe om het geheel compleet te maken.

1. Domeinverzameling. Vergaar een representatieve verzameling van objecten. Verzamel in een groot domein voldoende objecten om alle voorzienbare mogelijkheden af te dekken. Gebruik in een klein domein het volledige domein.

2. Inventariseren van de objecten. Maak een lijst van de objecten, waarbij u beschrijvingen in stukken deelt en woorden herschikt. Scheid losse zinnen en woordgroepen in hun basisconcepten en isoleer deze concepten.

3. Creëren van facetten. Bestudeer de verzamelde termen en bepaal welke algemene hoofdklassen bij alle objecten voorkomen. Bestudeer deze en breng ze terug tot een verzameling elkaar volledig uitsluitende en tezamen exhaustieve facetten waarin alle termen uit de vorige stap in te delen zijn. Dit is het Ideeënniveau, gebruik dus de "Regels voor de keuze van facetten" als richtlijn. Gebruik de facetten uit de Colon Classificatie en de BC2 als uitgangspunt en put inspiratie uit andere classificaties. Foskett (2003, 1064) omschrijft het als volgt:

Bij het toepassen van facetanalyse op een onderwerp is de eerste stap het bestuderen van een representatieve verzameling literatuur en het opsommen van de onderwerpen van alle artikelen, boeken en abstracts. Het wordt snel duidelijk dat de gevonden termen in groepen kunnen worden ingedeeld, afhankelijk van hun relatie met het onderwerp en met elkaar, en dat ze in feite de verschillende aspecten van het onderwerp weergeven, welke – in ieder geval conceptueel gezien – elk los van de andere bestudeerd kunnen worden, zelfs al is het in de praktijk onmogelijk om ze van elkaar te scheiden in groepen statische objecten die los staan van de fenomenen waarbinnen ze worden waargenomen.

Broughton (2001, 79) zegt over het toepassen van deze stap op de klassen van de BC2:

Men kan zien dat de categoriale analyse op functionele basis heeft plaatsgevonden, waarbij er twee verschillende soorten functionaliteit worden onderscheiden; linguïstische functie en operationele functie. In wezen geven de klassen een ‘productieproces’ weer en zijn ze met name geschikt voor de analyse en ordening van termen uit de technologie (waarvoor ze oorspronkelijk zijn ontwikkeld). Bij het analyseren van een willekeurig gebied kan men zich afvragen: wat wordt er gedaan (of geproduceerd), wat zijn de onderdelen en eigenschappen, hoe wordt het bereikt, met behulp waarvan en door wie, waar en wanneer.

Denk aan het doel van de classificatie en de gebruikers. Wie zal haar gebruiken? Waarom? Zullen ze er gericht in zoeken, erin grasduinen of allebei? Hoe goed zijn ze thuis in het onderwerp? Vergeet nooit dat het de bedoeling is dat zij er gebruik van maken.

4. Rangschikken van facetten. Maak ten eerste een proefindeling van alle termen (vanaf nu ‘focussen’ genoemd of ‘focus’ wanneer het er om één gaat) onder de facetten. Gebruik hierbij de "Regels voor de weergavevolgorde van de facetten en focussen" als richtlijn. Er blijven misschien een aantal randconcepten over die nergens thuishoren, hier kom ik later op terug. Wanneer de focussen zijn ingedeeld volgt een proefclassificatie. Zorg er hierbij voor dat alle originele objecten beschreven kunnen worden met focussen uit de facetten. Doe een stap terug wanneer er iets ontbreekt en analyseer of rangschik de termen opnieuw.

Als het ruwe ontwerp van de classificatie blijkt te werken, is stap twee de definitieve rangschikking van de facetten, met gebruikmaking van de "Regels voor de weergavevolgorde van de facetten en focussen". In deze fase werkt u zowel op het Ideeënniveau als op het Verbale niveau. Houd de bijbehorende regels dus in gedachten. Kwasnick (1999, 39-40) zegt over deze stap dat: "[e]lk facet kan worden ontworpen/uitgebreid op basis van zijn eigen logica, bestaansgrond en zijn eigen classificeerstructuur. Zo kan bijvoorbeeld [in de Thesaurus van kunst en architectuur] het Periodefacet worden uitgewerkt als een tijdsbalk; het Materialenfacet kan een hiërarchie worden; het Plaatsfacet een boom met deel/geheel-relaties, etc." Het staat u vrij te kiezen wat het beste is.

Nu moet u een beslissing nemen over een gecontroleerd vocabulaire, als u er niet al automatisch een hebt toegepast. Focussen zijn officiële woorden en woordgroepen die altijd worden gebruikt voor de concepten en dingen waar ze voor staan. Andere termen moeten worden vertaald naar bestaande focussen. Als u bijvoorbeeld ingeblikte groenten aan het classificeren bent, is dit het moment om te kiezen tussen "kikkererwten" en "Spaanse erwten". Deze controle op deskundigheid en vocabulaire is een opzichzelfstaand complex vakgebied en valt buiten het bestek van dit essay, maar hoe u het ook aanpakt, gebruikers en ander classificeerders moeten van hun eigen woorden doorgeleid worden naar de door u gekozen terminologie. Als dit niet het geval is, werkt het systeem voor niemand behalve voor uzelf.

5. Weergavevolgorde. Dit is het Notatieniveau. Kwasnick (1999, 40), zegt: "[k]ies bij het ordenen van de geclassificeerde objecten een primair facet dat het hoofdkenmerk en de weergavevolgorde bepaalt voor de andere facetten. Dit is geen verplichte stap en geldt alleen in die gevallen waar een fysieke (in plaats van een puur intellectuele) indeling gewenst is." Ze bedoelt hiermee bijvoorbeeld planken in een bibliotheek of gedrukte bibliografieën. Op het web kunnen we, als we dat willen, de volgorde zo aanpasbaar maken als nodig is. Kies echter wel een standaard weergavevolgorde die de normale volgorde van de dingen op de website bepaalt. De indeling moet praktisch, begrijpelijk en bruikbaar zijn voor alle gebruikers. Ervaren of nieuwsgierige gebruikers kunnen de volgorde veranderen als zij dat willen en mogen dit ook doen, maar de meeste mensen zullen de basispresentatie gebruiken.

6. Classificatie. Het classificatiesysteem is nu af. Gebruik het om alles binnen het domein te classificeren. Analyseer de objecten met behulp van de facetten en ken de juiste focussen toe om elk object te beschrijven.

7. Herziening, tests en onderhoud. Als u bij stap 6 tegen problemen aanliep, ga dan zo veel stappen terug als nodig is om het probleem op te lossen. Misschien moet de rangschikking van de focussen binnen een facet worden aangepast, of misschien missen er focussen of blijkt zelfs dat de door u gekozen facetten onnauwkeurig of onjuist zijn. Loop de stappen opnieuw door totdat u alles naar volledige tevredenheid kunt classificeren. Probeer de classificatie uit op gebruikers (hoe u dit doet valt helaas buiten het bestek van dit stuk) en maak waar nodig meer aanpassingen. Bereid u ten slotte voor op regelmatige onderhoudswerkzaamheden aan de classificatie: het moderniseren van veranderende terminologie; controleren dat nieuwe objecten duidelijk en nauwkeurig geclassificeerd kunnen worden; en erop toezien dat de facetten en focussen volledig genoeg zijn om het in beweging zijnde domein te blijven beschrijven. Misschien moet u nieuwe focussen toevoegen of bestaande opnieuw rangschikken, nieuwe facetten toevoegen of ooit zelfs een volledig nieuwe classificatie maken.

2.4. Het classificeren van afwasmiddelen

We zullen nu de bovenstaande zeven regels toepassen op het domein van de afwasmiddelen uit §1.3. Stap 1, domeinverzameling, is al gereed. Stap 2, inventariseren van de objecten, is ook al kaar: de productnamen zijn al ingedeeld naar overeenkomende onderwerpen zoals merknaam, productnaam, geur, etc. Dit maakt stap 3, het creëren van facetten, eenvoudiger.

Bij het creëren van facetten is het verstandig te beginnen met het opsporen van de algemene hoofdklassen die bij alle objecten voorkomen. Sommige springen eruit: Merknaam (Ivory, Palmolive, Cascade); Vorm (vloeibaar afwasmiddel voor de vaatwasser, vaatwaspoeder, vloeibaar afwasmiddel voor de afwas met de hand); Geur (lemon, ocean breeze). De classificatie is bedoeld voor het winkelend publiek, dus Merknaam is de juiste naam voor dat facet, maar als de classificatie bestemd zou zijn voor winkels, zouden we misschien de Producent of de Distributeur willen opnemen. Is de Vormklasse werkbaar? Bij nadere bestudering blijkt dat deze indruist tegen de Homogeniteitregel. Er zijn eigenlijk twee kenmerken: de fysieke vorm van het afwasmiddel (vloeibaar, gel of poeder) en de wijze van afwassen (met de vaatwasser of met de hand). Laten we de eerste klasse Vorm noemen en de tweede (uit de BC2) het Agens. Natuurlijk is er uiteindelijk altijd een mens betrokken bij het afwassen, maar het Agens is de manier waarop het afwassen wordt gedaan – door de machine of door de persoon zelf.

Merknaam, Vorm, Agens en Geur bestrijken bijna alle woorden en woordgroepen in de volledige lijst, maar we houden de antibacteriële Sunlight en de producten met aromatherapie over. Het kenmerk ‘antibacterieel’ past niet binnen de klassen die we al hebben aangemaakt en verschilt er zo veel van dat het een eigen klasse moet krijgen. We gebruiken geen ja/nee-klasse voor het antibacteriële aspect, omdat facetten meer moeten zijn dan aan/uitschakelaars. De eigenschap hangt, wellicht, samen met een speciale anti-koffievlekformule van een afwasmiddel of iets dat witte vaat nog witter maakt. Speciale schoonmaakeigenschappen? De hele classificatie is gericht op schoonmaken. Speciale eigenschap? Dat is wat vreemd, maar voldoet wel. Wat de afwasmiddelen met aromatherapie betreft is het duidelijk dat deze eigenschap anders is dan alle andere omdat ze invloed heeft (of zou hebben) op de gebruiker van het afwasmiddel en niet op de vaat. Dit is vergelijkbaar met het toevoegen van een huidlotion om huidkloven te voorkomen. Het past niet binnen een van de algemene BC2-klassen, maar ‘Effect op de gebruiker’ zou een goede omschrijving zijn – dan moet de gebruiker echter wel een persoon zijn. Wat nu, als het afwasmiddel bijdraagt aan de levensduur van de vaatwasmachine? Eigenlijk gaat het daarbij om hetzelfde, dus ‘Effect op het agens’ is een betere term.

Voldoen deze facetten aan de regels van Spiteri? De regel van differentiatie is van kracht: de facetten maken een duidelijk onderscheid tussen de verschillende aspecten van de objecten. De regel van relevantie is van kracht: het zijn allemaal dingen die belangrijk zijn om te weten wanneer je een afwasmiddel koopt. De regel van achterhaalbaarheid is van kracht: we kunnen alles wat we nodig hebben eenvoudig terugvinden door het etiket te lezen. De regel van duurzaamheid is van kracht: de afwasmiddelen zullen niet zomaar uit zichzelf veranderen van vloeibaar in poeder en ook de geur zal niet zomaar veranderen. De regel van homogeniteit is van kracht, net als de regel van wederzijdse uitsluiting. Tot slot is ook de regel van essentiële klassen van kracht: we hebben de facetten (alle mogelijke facetten, om precies te zijn) afgeleid uit de aard en het doel van de afwasmiddelen. Er wordt voldaan aan alle regels van Spiteri.

Desalniettemin kunnen de facetten worden betwist. Men kan bijvoorbeeld beargumenteren dat Geur eigenlijk een effect is op het uiteindelijke agens, de persoon die de vaat doet of de machine bedient. Filosofen zullen zeggen dat waar de Vorm van het afwasmiddel een primair kenmerk is dat onlosmakelijk met het object is verbonden, Geur een secondair kenmerk is, dat pas bestaat als een persoon het ruikt. Verder is het de vraag wat de specifieke focussen in Geur, zoals "ocean breeze" en "orchard fresh" eigenlijk betekenen. Op welke manier ruiken robijnrode grapefruits anders dan andere grapefruits? Maar dit zijn de termen die worden gebruikt, dus daar houden we ons maar aan, hoe bizar ze ook mogen zijn. Een ander punt is dat de afwasmiddelen met aromatherapie misschien moeten worden samengevoegd met Geur in een meer omvattend facet, aangezien het in alle gevallen gaat om een effect op de persoon die het product gebruikt. Maar misschien ook niet. Onze facetten lijken geschikt voor het doel van de classificatie, dus laten we alles zoals het is.

Dan volgt stap 4, het rangschikken van de facetten. We hebben Merknaam, Vorm, Agens, Effect op het agens, Geur en Speciale eigenschap. Nu moeten we de focussen binnen deze klassen rangschikken.

Merknaam: Cascade, Electrasol, Ivory, Merkloos, Palmolive, President's Choice, Sunlight

Vorm: gel, gel pack, poeder, tablet, vloeibaar

Agens: persoon, vaatwasser

Effect op het agens: aromatherapie (met als onderverdelingen of sub-focussen: invigorating, relaxing)

Geur: green apple, lavender and ylang ylang, lemon, mandarin and green tea, ocean breeze, orange blossom, orchard fresh, passion flower, ruby red grapefruit

Speciale eigenschap: antibacterieel


Als we het uittesten, blijkt dat alle afwasmiddelen met deze facetten en focussen kunnen worden geclassificeerd. Het rangschikken van de focussen op alfabet is eenvoudig en toepasselijk omdat er geen andere zinvolle manier is om ze te rangschikken (land van herkomst of producent bijvoorbeeld, of botanische classificatie van de bron van de geur) die bruikbaar is voor de gebruikers, het winkelend publiek. Dit is in overeenstemming met de regel van de relevante volgorde. Het enige ongebruikelijke in dit geval zijn de twee soorten aromatherapie binnen Effect op het agens. Ik heb een onderverdeling gemaakt in invigorating en relaxing waardoor er een focus met twee sub-focussen ontstaat. Binnen Geur moeten we de geurencombinaties (lavender and ylang ylang) splitsen in hun componenten en ze later weer samenvoegen wanneer de objecten worden geclassificeerd. Het is toegestaan dat twee focussen binnen hetzelfde facet van toepassing zijn op één object. Als er meerdere van toepassing zijn kunnen ze individueel worden afgehandeld of misschien worden gegroepeerd binnen een grotere klasse als het om een grote groep gaat. Zo zouden we "mandarin" en "orange blossem" kunnen groeperen onder "citrusvruchten", maar om het simpel te houden laten we het zoals het is.

Stap 5 is de weergavevolgorde. Voldoet de bovenstaande volgorde (Merknaam, Vorm, Agens, Effect op het agens, Geur en Speciale eigenschap)? We passen de regel van de relevante volgorde ditmaal toe op de facetten. Wanneer mensen op zoek gaan naar afwasmiddel is het eerste waar ze aan denken het Agens dat het daadwerkelijke schoonmaken op zich neemt (een persoon of een vaatwasser) en welke Vorm ze nodig hebben. Daarna zullen ze waarschijnlijk kijken naar de Merknaam, omdat ze een favoriet merk hebben waar ze aan vasthouden. Daarna is Geur waarschijnlijk het meest interessante facet, gevolgd door Effect op het agens en tot slot Speciale eigenschap. Dit wordt de standaardvolgorde, maar wanneer de classificatie online gaat, kunnen we de gebruikers de facetten naar believen laten herschikken. (Hierdoor kunnen gebruikers navigeren en grasduinen door de classificatie, wat gelijkwaardig is met het afspeuren van de schappen. De meeste klanten pakken gewoon hetzelfde afwasmiddel dat ze altijd kopen, wat gelijkwaardig is aan een known-item search.)

Dit is de definitieve samenstelling van het classificatiesysteem:

Agens: persoon, vaatwasser

Vorm: gel, gel pack, poeder, tablet, vloeibaar

Merknaam: Cascade, Electrasol, Ivory, Merkloos, Palmolive, President's Choice, Sunlight

Geur: green apple, green tea, lavender, lemon, mandarin, ocean breeze, orange blossom, orchard fresh, passion flower, ruby red grapefruit, ylang ylang

Effect op het agens: aromatherapie (onderverdelingen: invigorating, relaxing)

Speciale eigenschap: antibacterieel


Stap 6 is het classificeren. Bijvoorbeeld: "President's Choice Antibacterial Hand Soap & Dishwashing Liquid" wordt:

  Agens: persoon
  Vorm:  vloeibaar
  Merknaam: President's Choice
  Geur: (geen)
  Effect op het agens: (geen)
  Speciale eigenschap: antibacterieel


"Palmolive Aroma Therapy, Lavender and Ylang Ylang" wordt:

  Agens: persoon
  Vorm: vloeibaar
  Merknaam: Palmolive
  Geur: lavender, ylang ylang
  Effect op het agens: aromatherapie
  Speciale eigenschap: (geen)


We slaan stap 7, herziening, tests en onderhoud, over omdat we geen gebruikers kunnen raadplegen.

2.5 Randonderwerpen en het uitbreiden van de classificatie

Elke beperkte classificatie komt ooit in aanraking met iets dat er niet helemaal in past. Vickery (1960, 16-19) geeft een aantal mogelijke manieren om hiermee om te gaan. Als een aantal ongebruikelijke maar aan elkaar verwante termen voorkomen, is het een oplossing om te putten uit een andere classificatie die deze termen volledig behandelt. Het voorbeeld van Vickery, uit de bodemclassificatie, betreft chemische substanties. Sommige worden in de classificatie genoemd, maar andere kunnen, wanneer nodig, onder een ‘Overige’ focus vallen op de wijze waarop ze in andere classificaties worden behandeld. ‘Overige’ is altijd een handige plek om dingen te plaatsen die geen echt passend plekje hebben, maar het is niet eenvoudig om er iets in terug te vinden.

Als het probleem meer dan één of twee missende termen betreft, kan het object geclassificeerd worden als iets waaraan het gerelateerd is, zelfs al is het een zwakke relatie die enkel bestaat in de associatie van de gebruikers. Vickery geeft het voorbeeld van een verzekeringsclassificatie waarbinnen een boek over de textielindustrie wordt geplaatst onder "Brandverzekeringen : textielindustrie". Het boek gaat niet over verzekeringen, maar als de gebruikers iets over de textielindustrie willen lezen, zal dat in het kader van brandverzekeringen zijn.

In ons voorbeeld van de afwasmiddelen vormen de producten die strepen op het glaswerk voorkómen een mogelijk randobject. Deze eigenschap is soms een onderdeel van het afwasmiddel, in welk geval het onder Speciale eigenschap wordt geplaatst. Een op zichzelf staand antistreepmiddel zou binnen onze classificatie passen als we even vergeten dat het geen afwasmiddel is en we de antistreepeigenschap apart opnemen in een noot of opmerking. Als twee van deze producten op dezelfde manier worden behandeld, is het echter onmogelijk om een verband te leggen op basis van deze gedeelde eigenschap. Op dat moment moeten we overwegen om een nieuwe facet toe te voegen.

Als te veel dingen worden opgeslagen onder ‘Overige’ of als een groot aantal kenmerken van die dingen moet worden genegeerd om ze nog in de classificatie te laten passen, is het tijd om de classificatie te herzien en te onderzoeken of een nieuwe rangschikking dan wel nieuwe facetten nodig zijn. Volg de hierboven genoemde regels om te bepalen wat dat facet zou moeten zijn. Als een nieuw facet is toegevoegd, zouden de randobjecten bij het opnieuw classificeren een nieuwe, juiste plek moeten krijgen waar ze eenvoudig te vinden zijn. In het voorbeeld van de afwasmiddelen is het, vanwege onze keuze voor de facetten, eenvoudig om de classificatie uit te breiden met andere schoonmaakmiddelen. De classificatie is bestemd voor afwasmiddelen voor de vaat en beide termen kunnen gebruikt worden om een nieuw facet mee te beginnen: de vaat is het object dat wordt schoongemaakt en het afwasmiddel is een speciaal soort schoonmaakmiddel dat chemisch gezien verschilt van bleek, ammoniak en zelfs zeep. (Het zal misschien zo zijn dat we zowel zeep als afwasmiddel opnemen in ons domein zonder er onderscheid tussen te maken, maar dat maakt voor ons doel niets uit.) Als we bijvoorbeeld ‘Object’ en ‘Soort reinigingsmiddel’ zouden toevoegen, kunnen we ook haarshampoo, schoonmaakmiddelen voor vloerbedekking (waarvoor een nieuwe Agensfocus nodig is: tapijtreinigers) gezichtszeep (met als mogelijk nieuw Effect op het agens: voorkomt puistjes), Lysol, Cif, Ajax, Glassex en elk ander soort reinigingsmiddel classificeren. Met twee facetten, die geen van beide veel focussen zouden hebben, kunnen we veel en uiteenlopende nieuwe objecten aan. Het zou echter niet het einde van onze problemen zijn: op termijn zullen er meer randobjecten komen waar we iets mee moeten. Past mondwater in de classificatie? Meubelpoets? Haarconditioner? Antistatische producten?

3. Hoe plaats je een facetsysteem op een computer?

Twee mogelijke manieren om een facetclassificatie op een computer te plaatsen zijn met behulp van XFML of een relationele database. Ik zal beide manieren bespreken aan de hand van het voorbeeld van de afwasmiddelen. In beide gevallen is het belangrijk te weten dat het veel moeite kost om een classificatie te veranderen nadat deze geïmplementeerd is. In de vorige paragraaf zagen we hoe effectief het toevoegen van twee facetten kan zijn. Wat in één alinea kan worden uitgelegd, kost echter veel meer tijd om in de praktijk te brengen. Zorg er bij het ontwerpen van een systeem om een classificatie op de computer te plaatsen dan ook voor dat wijzigingen zo eenvoudig mogelijk kunnen worden doorgevoerd, maar doe er daarnaast alles aan om te zorgen dat wijzigingen niet nodig zullen zijn. De gastvrijheid en flexibiliteit die Kwasnick (1999, 40) noemt als goede eigenschappen van facetten zijn terug te vinden in webinterfaces, maar in softwarepakketten zijn deze kwaliteiten moeilijker terug te vinden.

3.1 XFML

XFML is een opmaaktaal geschreven in XML, waardoor het veel weg heeft van HTML. Het wordt gebruikt om facetclassificaties om te zetten in een gestandaardiseerde, voor mens en machine leesbare vorm, die eenvoudig is op te slaan, uit te wisselen en te bewerken. In de specificatie (Van Dijck 2003) zijn de volledige gebruiksregels te lezen en we zullen ons hier beperken tot de basis.

Binnen XFML zijn er twee hoofdelementen: facet en topic. Het facet element definieert de hoofdfacetten. Het heeft slechts één attribuut, id, bestaande uit de naam die intern wordt gebruikt om het facet te identificeren. Het kan een afkorting of een code zijn, maar in dit geval gebruiken we de volledige naam:

<facet id="agens">Agens</facet>
<facet id="vorm">Vorm</facet>
<facet id="merknaam">Merknaam</facet>
<facet id="geur">Geur</facet>

<facet id="effect_op_het_agens">Effect op het agens</facet>
<facet id="speciale_eigenschap”>Speciale eigenschap</facet>


Meer is er niet nodig om de facetten te definiëren. Het definiëren van de focussen binnen de facetten gebeurt op eenzelfde manier, met behulp van het topic element (zo worden focussen binnen XFML genoemd). Elk topic verwijst terug naar zijn hoofdfacet. Zo zijn de focussen onder het facet Merknaam als volgt gedefinieerd:

<topic id="cascade"    facet_id="merknaam"><name>Cascade</name></topic>
<topic id="electrasol" facet_id="merknaam"><name>Electrasol</name></topic>

<topic id="ivory"      facet_id="merknaam"><name>Ivory</name></topic>
<topic id="merkloos"   facet_id="merknaam"><name>Merkloos</name></topic>
<topic id="palmolive"  facet_id="merknaam"><name>Palmolive</name></topic>

<topic id="presidents_choice"
                       facet_id="merknaam"><name>President's Choice</name></topic>


Ook hier is het id attribuut een intern label. facet_id verwijst naar het facet waar de focus onder valt en tussen de name tags staat de werkelijke naam van de focus.

Het facet ‘Effect op het agens’ laat zien hoe u focussen en sub-focussen aanmaakt. Vergeet niet dat dit facet maar één focus heeft "aromatherapie", welke is onderverdeeld in "invigorating" en "relaxing:. Het facet en zijn inhoud kunnen als volgt worden beschreven: definieer eerst het facet, daarna de focus en verbind vervolgens de focus met de twee sub-focussen door middel van het parentTopicid attribuut:

<facet id="effect_op_het_agens">Effect op het agens</facet>
<topic id="aromatherapie" facet_id="effect_op_het_agens"><name>aromatherapie</name></topic>

<topic id ="invigorating" facet_id="effect_op_het_agens" parentTopicid="aromatherapie"><name>invigorating</name></topic>
<topicid="relaxing" facet_id="effect_op_het_agens" parentTopicid="aromatherapie"><name>relaxing</name></topic>


Wanneer alle facets en topics (focussen) gedefinieerd zijn, kunnen we de objecten definiëren. We maken voor elk een webpagina (met een beschrijving van het object) en geven deze vervolgens een plaats in de classificatie. "President's Choice Antibacterial Hand Soap & Dishwashing Liquid” zou er dan bijvoorbeeld zo uitzien:

<page url="http://www.example.com/dishdetergents/pc/ahsdl.html">
    <title>President's Choice Antibacterial Hand Soap & Dishwashing Liquid</title>
    <occurrence topicid="person" />            <!-- Agent facet -->

    <occurrence topicid="liquid" />            <!-- Form facet -->
    <occurrence topicid="presidents_choice" /> <!-- Brand Name facet -->
    <occurrence topicid="antibacterial" />     <!-- Special Property facet -->
</page>


Dit koppelt het object aan zijn facetten. XFML omvat meer, maar niet heel veel meer. Wat opmaaktalen betreft is XFML redelijk eenvoudig.

Wanneer de hele classificatie in XFML is omgezet, is er nog de vraag hoe haar te gebruiken. Er lijkt maar weinig open source software voor XFML te bestaan op het internet en er zijn geen uitputtende, goed onderhouden XFML-bibliotheken beschikbaar voor de bekendste programmeertalen. Maar, omdat XFML is geschreven in XML kan elk van de vele XML-bibliotheken worden gebruikt. Een programmeur kan zonder te veel moeite een aangepaste code schrijven voor het omgaan met XFML. Er is één commercieel product dat gebruikmaakt van XFML, Facetmap.

3.2 Relationele databases

De tweede optie is het classificatiesysteem opslaan in een relationele database. Ik laat eerst zien hoe u de database ontwerpt en daarna hoe u haar gebruikt om te zoeken en te navigeren. Het ontwerp is gebaseerd op een entiteit-relatiemodel (Chen 1976).

Ten eerste moeten we bepalen wat de relatie is van elk facet met de objecten: is het een één op veel of een veel op veel relatie? In ons voorbeeld gaat het hoofdzakelijk om één op veel relaties: één Merknaam kan bijvoorbeeld voor meerdere afwasmiddelen tegelijk worden gebruikt. Meerdere afwasmiddelen kunnen in één specifieke Vorm voorkomen – er zijn meerdere vloeibare middelen en meerdere poeders – maar elk afwasmiddel kan maar één vorm hebben. Deze één op veel relaties resulteren in eenvoudige tabelstructuren voor de database. Het Merknaamfacet wordt bijvoorbeeld de MERKNAAM_T tabel. Elke focus heeft zijn eigen rij en een unieke primaire sleutel:

PS

MERKNAAM

1

Cascade

2

Electrasol

3

Ivory

4

Merkloos

5

Palmolive

6

President's Choice

Om het overzichtelijk te houden wordt in dit voorbeeld de EFFECT_OP_HET_AGENS_T sterk vereenvoudigd. Effect op het agens is een hiërarchisch facet en dat moet terug te zien zijn in het ontwerp van de database. Zoals we eerder zagen is dat met XFML eenvoudig te doen, maar in dit geval behandelen we het geheel als een lijst om niet te veel in detail te hoeven treden:

PS

EFFECT_OP_HET_AGENS

1

Aromatherapie

2

Aromatherapie—invigorating

3

Aromatherapie—relaxing

De overige facetten zien er hetzelfde uit, behalve Geur. Dit wijkt af omdat een afwasmiddel meerdere geuren tegelijk kan hebben, zoals bijvoorbeeld "mandarin and green tea". Dit vraagt om een veel op veel relatie waarvoor een speciale tabel nodig is die afwasmiddel en geur aan elkaar koppelt. We zullen dit voor het laatst bewaren. Eerst zetten we Geur, net als de andere facetten, in de GEUR_T tabel:

PS

GEUR

1

green apple

2

green tea

3

Lavender

4

Lemon

5

Mandarin

6

ocean breeze

7

orange blossom

8

orchard fresh

9

passion flower

10

ruby red grapefruit

11

ylang ylang

Vervolgens maken we de tabel die bijna alles samenbrengt en de afwasmiddelen beschrijft: OBJECT_T. Hierin komt een veld voor de naam van het afwasmiddel en andere velden voor de diverse één op veel relaties. De twee voorbeeldclassificaties uit §2.4 komen er als volgt uit te zien. Voor de leesbaarheid wordt de normale databaseweergave met kolommen en rijen nu weergegeven als één regel per kolom. De nummers zijn de primaire sleutels uit de betreffende regel van de andere tabellen, regel 6 in Merknaam is bijvoorbeeld President’s Choice. Waar de tabel hierboven niet volledig is weergegeven, worden de regelnummers afgeleid van de facetlijsten in §2.4.

  PS: 1
  NAAM: President's Choice Antibacterial Hand Soap & Dishwashing Liquid
  AGENS: 2
  VORM: 3
  MERKNAAM: 6
  EFFECT_OP_HET_AGENS: (null)
  SPECIALE_EIGENSCHAP: 1

  PS: 2
  NAAM: Palmolive Aroma Therapy, Lavender and Ylang Ylang
  AGENS: 3
  VORM: 3
  MERKNAAM: 2
  EFFECT_OP_HET_AGENS: 1
  SPECIALE_EIGENSCHAP: (null)


Merk op dat Geur niet wordt genoemd. Tot slot maken we de HEEFT_GEUR_T waarin we de afwasmiddelen verbinden met de geuren door middel van de primaire sleutels uit de bestaande tabellen:

PS

OBJECT

GEUR

1

2

3

2

2

11

Deze tabel geeft aan dat het object met primaire sleutel 2 in OBJECT_T (te weten Palmolive Aroma Therapy, Lavender and Ylang Ylang) verbonden is met de geuren 3 en 11 in de GEUR_T (respectievelijk lavender en ylang ylang).

De databasestructuur is nu af. We hebben één tabel voor elk facet: AGENS_T, MERKNAAM_T, GEUR_T, EFFECT OP HET AGENS_T en SPECIALE_EIGENSCHAP_T. Daarnaast hebben we OBJECT_T voor de namen van de objecten en de één op veel relaties, en HEEFT_GEUR_T om de veel op veel relaties tussen objecten en Geur tot uiting te brengen. In het algemeen moet een database voor dit soort classificaties bestaan uit (het aantal facetten + het aantal één op veel relaties + 1) tabellen.

Wanneer de tabellen gevuld zijn en de objecten opgeslagen zijn in de database, kunnen we SQL gebruiken om navigatie mogelijk te maken en om zoekvragen van gebruikers te beantwoorden. Bijvoorbeeld: waar de website een mogelijkheid heeft voor "grasduinen op Merknaam", wordt de lijst van producenten uit de database gehaald door het uitvoeren van:

select PS, MERKNAAM from MERKNAAM_T;


(De gebruiker krijgt de primaire sleutel niet te zien maar het system moet hem onthouden.) De gebruiker kan kiezen voor Palmolive en vervolgens voor de optie "grasduinen op Vorm" om te zien welke poeders, gels en vloeistoffen Palmolive maakt, ongeacht waar ze worden gebruikt, hun geur of hun speciale eigenschappen. Deze zoekvraag inventariseert de sleutels van de vormen waarin de objecten van Palmolive voorkomen:

select VORM from OBJECT_T where MERKNAAM = '5';


Als de gebruiker alle informatie wil zien over de afwasmiddelen van Palmolive, helpt de volgende zoekvraag daarbij:

select o.*, g. GEUR from OBJECT_T o, GEUR_T g, HEEFT_GEUR_T h
where o.VORM = '5'
and h.OBJECT = o.PS
and h.GEUR = g.PS;


(De veel op veel relatie voor Geur maakt de SQL-opdracht langer dan normaal.)

Zoeken is eenvoudig. Als de gebruiker een menu te zien krijgt met daarin elk facet en zijn focussen en de mogelijkheid heeft om de specifieke elementen te selecteren die hij of zij wil, dan is het eenvoudig om een SQL-opdracht te bouwen. Als een gebruiker bijvoorbeeld alle poeders met een lemon geur wil zien (waarbij "poeder" de vierde is in de VORM_T) gaat dat als volgt:

select o.*, g. GEUR from OBJECT_T o, GEUR_T g, HEEFT_GEUR_T h
where o.vorm = '4'
and h.geur = '4'
and h.object = o.ps
and h.geur = g.ps;


3.3 Wat is het beste?

XFML biedt alle voordelen van XML, terwijl relationele databases SQL hebben. Degene die verantwoordelijk is voor het ontwerp van de implementatie van een online facetclassificatiesysteem moet overwegen welke het beste is gezien de specifieke omstandigheden: wat draait sneller, welke kennis hebben de programmeurs, wat zijn de technische vereisten en beperkingen binnen de organisatie, hoe groot is de classificatie, hoe verhoudt de classificatie zich tot de objecten die zij ordent, wat zijn de toekomstplannen? Een voordeel van XFML is dat de bestanden uit platte tekst bestaan en met de hand gemaakt en aangepast kunnen worden zonder de hulp van andere applicaties, en we hebben gezien hoe eenvoudig het is om hiërarchische facetlijsten te verwerken. Maar, ondanks dat een database alles iets gecompliceerder maakt, zijn SQL en relationele databases niet alleen zeer krachtig, de meeste programmeurs zijn er ook goed mee bekend. Er zijn veel SQL-bibliotheken beschikbaar voor alle bekende programmeertalen.

4. Hoe plaats je een classificatie op het web?

Facetten en het web passen goed bij elkaar. Het is eenvoudig om de gebruiker een menu met facetlijsten te laten zien waaruit hij of zij naar believen dingen kan selecteren. De gebruiker kan snel keuzes maken, denkend: "Ik wil graag iets met dit en dat plus nog een beetje van dat en de rest vind ik niet interessant", en kan vervolgens op een knop klikken om het resultaat te zien. Zulke systemen komen steeds vaker voor en de gebruikers zullen er steeds meer aan gewend raken. Een compleet overzicht van alle zaken die van belang zijn bij het plaatsen van facetten op het web valt buiten het bestek van dit essay, hoewel visualisatie van informatie, interactie tussen mens en computer, ontwerp en gebruik van OPAC’s, en hypertekst en/of grafische weergave van informatie wel kort ter sprake komen. Ik bespreek een aantal van de basisproblemen die voorkomen bij het plaatsen van een classificatie op het web en geef suggesties hoe deze problemen op eenvoudige wijze met HTML of Javascript op te lossen zijn. Voor een meer uitgebreide analyse verwijs ik de lezer naar Rosenfeld en Morville (2002), die alle aspecten van informatiearchitectuur en het web behandelen en Baeza-Yates en Ribeiro-Neto (1999), die alle aspecten van information retrieval bespreken inclusief het ontwerpen van interfaces. Verder zijn de richtlijnen van de IFLA (2003) voor het schermontwerp voor OPAC’s zeer bruikbaar, zelfs voor mensen buiten de bibliotheekwereld.

Primair zijn er twee manieren om facetclassificaties op het web gebruiksvriendelijk in te zetten: zoeken op trefwoorden of navigeren op basis van facetten.

4.1 Zoeken op trefwoorden

Bij het zoeken op trefwoorden typt de gebruiker één of meer woorden in om te zien of die iets opleveren. Het systeem doorzoekt alle facetten, focussen en beschrijvingen van objecten. De getoonde resultaten zijn afhankelijk van veel zaken: het aantal en de vindplaats van de treffers op de trefwoorden, de grootte en aard van de classificatie, de aard van de objecten en hun beschrijvingen, de gebruikers en het doel van de website. In ieder geval moet de gebruiker, op wat voor manier dan ook, worden geholpen om de meest relevante resultaten zo snel mogelijk te vinden. Als de zoektermen overeenkomen met beschrijvingen van het object, moeten deze worden getoond – maar de vraag is hoe om te gaan met een teveel aan treffers. Overeenkomende facetten en focussen zouden voorrang moeten krijgen op de pagina: het zullen er minder zijn, ze hebben een groter belang in de classificatie en ze kunnen dienen als beginpunt voor navigatie. Als je in de classificatie van de afwasmiddelen bijvoorbeeld zoekt op "lemon", dan moeten alle producten met een lemon-geur worden getoond, elk weergegeven onder zijn volledige classificatie. De gebruiker kan de details van het product bekijken, de getoonde classificaties als beginpunt gebruiken om te grasduinen, of de zoekvraag verfijnen met meer zoektermen.

Om efficiënt op trefwoorden te kunnen zoeken is een gecontroleerd vocabulaire nodig dat goed wordt onderhouden, zoals genoemd in §2.4 onder de stap van het rangschikken van de facetten. Zo’n systeem zou ervoor moeten zorgen dat een gebruiker die zoekt naar afwasmiddelen met een citrusgeur, ook de producten met geuren als lemon, grapefruit en orange te zien krijgt. "Citrus" komt in geen van de productnamen voor, maar de maker van de classificatie kan ervoor zorgen dat iedereen die op dat woord zoekt, doorgeleid wordt naar de twee bestaande gerelateerde woorden. Naast zo’n gecontroleerd vocabulaire is het mogelijk om fulltext te zoeken als de objecten uit tekst bestaan (bijvoorbeeld artikelen of boeken). Het voert te ver om in dit essay dieper in te gaan op dit soort zoekmogelijkheden (maar zie Rosenfeld en Morville (2002) voor een goede, op het internet gerichte behandeling van dit onderwerp). Het vervolg van dit verhaal richt zich op zoekacties waarbij de mogelijkheden voor de gebruiker gecontroleerd zijn. Het belangrijkste is dat elke zoekactie de gebruiker treffers laat zien en de plaats ervan in de classificatie zodat de gebruiker óf direct kan navigeren naar het object dat hij of zij zoekt, óf verder kan grasduinen naar gerelateerde items.

4.2 Navigeren op basis van facetten: drie vragen en vier principes

Bij het bedenken van de manier waarop de website moet worden gebouwd, zijn drie vragen van belang. De antwoorden vormen samen een goed beginpunt voor het bouwen van de navigatietools voor de site.

1. Kiest u voor vrije navigatie of voor navigatie door selectie? Bij de eerste beweegt de gebruiker zich via een lijst hyperlinks van pagina naar pagina; bij de tweede navigeert de gebruiker door keuzes te selecteren in formulieren (enkelvoudige of meervoudige keuzemenu’s, keuzerondjes of aankruisvakjes) en op een verzendknop te klikken. Formulieren bieden meer interactiemogelijkheden. Enkelvoudige en meervoudige keuzemenu’s verschillen van grootte en vanwege het feit dat er in de laatstgenoemde meer dan één keuze kan worden geselecteerd. Aankruisvakjes en keuzerondjes geven de gebruiker een lijst met keuzes waaruit hij of zij een selectie moet maken door het rondje of vakje naast een term te activeren. Er kan maar één keuzerondje tegelijk worden geselecteerd, maar van aankruisvakjes kunnen er meerdere tegelijkertijd worden geselecteerd. Voor het kiezen van focussen uit een menu gebruikt u voor één op veel relaties enkelvoudige keuzemenu’s of keuzerondjes, en voor veel op veel relaties meervoudige keuzemenu’s of aankruisvakjes.

2. Wat voor facetten zijn er en hoeveel? Welke zijn de belangrijkste? Hoelang zijn de lijsten met focussen? Lopen ze ver uiteen? Gebruikt elk object slechts één focus per facet of zijn er ook veel op veel relaties? Zijn er boomstructuren, hiërarchieën, tijdlijnen, lijsten of andere ordeningsmethoden? Eenvoudige alfabetische of numerieke lijsten en tijdlijnen kunnen worden weergegeven zoals ze zijn. Hiërarchieën en boomstructuren moeten voor de duidelijkheid apart worden opgemaakt, wellicht als ingesprongen lijsten. Uitklapbare lijsten (die worden gebruikt in de meeste applicaties voor grafisch bestandsmanagement) worden gemakkelijk begrepen door de gebruikers, maar er is wel Javascript voor nodig.

3. Hoeveel controle krijgt de gebruiker over de rangschikking (weergavevolgorde) van de facetten? Krijgen ze een vaste rangschikking opgelegd of kunnen ze de facetten naar believen herschikken? Facetten kunnen opnieuw gerangschikt worden door elk een ordinaal ("tweede") of een kardinaal ("2") getal te geven en de gebruiker zijn of haar eigen volgorde te laten kiezen, of door de gebruikers de elementen uit het formulier te laten verslepen (bijvoorbeeld met behulp van Javascript en dynamische HTML). Doordat gebruikers de facetten kunnen herschikken, krijgen ze een controle over de classificatie die ze op papier nooit kunnen krijgen. Een opgelegde volgorde is gemakkelijker voor de webmaster, maar ontzegt de gebruikers de grootste voordelen van facetten.

Er zijn vier algemene principes om niet te vergeten:

1. De gebruiker moet geen zoekvragen kunnen samenstellen die zeker geen resultaten opleveren. Links en elementen in formulieren kunnen voortdurend worden aangepast zodat de keuze voor een bepaalde focus uit een facet ertoe leidt dat de lijsten met focussen binnen de overige facetten worden aangepast, waardoor alleen diegene zichtbaar zijn die ook daadwerkelijk resultaten kunnen opleveren. Dit scheelt de gebruiker tijd. In het voorbeeld van de afwasmiddelen produceert Electrasol geen afwasmiddelen voor de afwas met de hand. Als de gebruiker alle afwasmiddelen van Electrasol wil zien, moeten de lijsten onder Vorm en Agens dus worden beperkt. Natuurlijk moet de gebruiker wel kunnen zien wat er gebeurt en weten waarom bepaalde keuzes niet beschikbaar zijn.

2. Gebruikers moeten altijd weten waar ze zich bevinden in de classificatie. Toon altijd de facetten en focussen die ze hebben gekozen en maak van elk punt in de classificatie een hyperlink. Elk facet en elke focus is een spil rond welke de gebruiker de classificatie kan herschikken. Elke hyperlink is een vertakking van de ene dimensie van de classificatie naar een andere. De gebruikers moeten door de facetten en focussen kunnen navigeren zoals ze willen en wanneer ze maar willen. Ze moeten het pad dat ze hebben gekozen om ergens te komen kunnen wijzigen of het pad waarlangs ze die plek bedoelen te verlaten. Dit, in combinatie met de macht om de facetten te herschikken, maakt het mogelijk om het volledige potentieel van facetclassificaties tot uiting te laten komen op het web.

3. Gebruikers moeten altijd hun zoekvragen kunnen verfijnen of hun navigatie kunnen aanpassen om te zien wat er in de nabije omgeving te vinden is binnen de classificatie. Stelt u zich een rij knoppen voor, één per facet, net als de afstemknop op een radio. Wanneer de gebruiker is afgestemd op de classificatie van zijn of haar keuze, moet hij of zij de knop iets naar voren en achteren kunnen bijstellen om te zien wat er in de buurt te vinden is. Het draaien aan de Merknaamknop levert alle andere merknamen op. Het draaien aan de Vormknop leidt de gebruiker langs poeders, gels, etc. Zo’n interface kan niet zomaar worden gemaakt met HTML, maar de een of andere mogelijkheid tot grasduinen is wel een vereiste. Een van de bedoelingen van een classificatie is te laten zien wat er lijkt op een bepaald iets en met facetten zijn er diverse manieren waarop dingen gelijk kunnen zijn.

4. Het URL is de notatie van de classificatie. Het moet compact maar begrijpelijk en aanpasbaar zijn. Als een ervaren gebruiker ernaar kijkt, moet hij of zijn kunnen begrijpen hoe het in elkaar zit en hoe een verandering erin naar andere objecten kan leiden.

Deze vragen en principes beslaan alle zaken die te maken hebben met het op het web plaatsen van facetten. Hiermee kunnen alle aspecten van facetten worden verwezenlijkt op het web. Ze zullen ongetwijfeld kunnen worden verbeterd door middel van tests en onderzoek, maar hiermee is aangetoond dat het web een perfecte plek is voor facetten.

4.3 Tips voor het ontwerpen van webpagina’s

Als uw classificatie klein is, zowel in het aantal als de lengte van de facetten, is het waarschijnlijk het beste om gebruik te maken van gecontroleerd zoeken. Rangschik alle facetten op de pagina in de voorkeursvolgorde en stel de gebruiker met behulp van aankruisvakjes en enkelvoudige keuzemenu’s (of meervoudige indien nodig) in de gelegenheid een keuze te maken uit elk facet of om een joker in te schakelen om alle treffers te zien. Zorg dat het formulier bovenaan de pagina blijft staan wanneer de resultaten worden getoond zodat de gebruiker de zoekvraag kan wijzigen. Geef, indien mogelijk, de gebruiker de mogelijkheid om de facetten anders te rangschikken.

Wanneer er veel of erg lange facetten zijn, is het misschien beter om de gebruikers facet voor facet door de site te laten navigeren. Laat de gebruikers de classificatie stap voor stap binnentreden en het aantal objecten beperken totdat ze het punt in de weergavevolgorde bereiken dat voldoende gedetailleerd is om een lijst van alle overeenkomstige objecten op te willen roepen (zie http://www.cmsreview.com/Directory.html voor een voorbeeld). Hiervoor werken tekstlinks of enkelvoudige keuzemenu’s het beste. Zorg dat de gebruiker een focus kiest uit het eerste facet en toon vervolgens een lijst met mogelijke keuzes uit het tweede facet in de weergavevolgorde, exclusief de focussen die doodlopen. De gebruiker kan zo veel facetten doorlopen als hij of zij wil en vervolgens een lijst van de treffers oproepen. De gekozen facetten kunnen in een horizontale rij aan de bovenkant van de pagina worden weergegeven of in een verticale rij aan de linkerkant van de pagina. Laat de gebruiker, indien mogelijk, de facetten herschikken. Het eindresultaat zal hetzelfde zijn als wanneer de classificatie klein genoeg is om alles in één keer te tonen, met als enige verschil dat de gebruiker zijn keuzes na elkaar maakt in plaats van allemaal in één keer.

Dit zijn slechts twee suggesties uit de vele manieren waarop een keuze valt te maken uit de basisprincipes. Elk kan worden aangepast en er kunnen nieuwe combinaties worden gevormd. De beginselen van goed ontwerp (zie Nielsen (2000)) moeten ten grondslag liggen aan elke website en de site moet getest worden op de gebruikers: als zij het niet begrijpen is de classificatie nutteloos. Adkisson (2003) heeft 75 e-commerce websites bekeken om te zien hoe zij facetclassificaties toepassen. Ze ontdekte dat 69% gebruikmaakte van facetten. Hiervan bood 77% navigatie via de facetten aan, 6% zoeken op basis van facetten en 17% beide. Zesenzeventig procent van de sites met facetnavigatie maakte er geen volledig gebruik van: de gebruiker kon wel een facet kiezen om te beginnen met navigeren vanuit een bepaald referentiepunt, maar vervolgens kon er geen keuze meer worden gemaakt uit de facetten. De eerste keuze die de gebruiker maakte was ook de enige die hij of zij kon maken. Van de andere sites liet 28% de gebruiker andere facetten kiezen tijdens het navigeren door een steeds beperktere verzameling mogelijkheden en resultaten. Vier procent gaf de gebruiker de gelegenheid om te grasduinen via een soort zoekinterface waarbij hij of zij veel keuzes tegelijk kon maken uit een soort zoeklijst van pop-upmenu’s. Uit deze bevindingen blijkt dat e-commerce websites maar beperkt gebruikmaken van facetten. Meer onderzoek naar het gebruik van facetten op het web en welke interfaces het meest bruikbaar zijn, is welkom. Sterker nog, meer onderzoek naar alle aspecten van de relatie van facetten ten opzichte van de interactie tussen mens en computer en het visualiseren van informatie is wenselijk.

5. Conclusie

Ik heb alle kanten besproken van het gebruik van facetclassificatiesystemen op het web: wanneer je er een gebruikt, hoe je hem bouwt, hoe je hem op de computer plaatst en hoe de webinterface in elkaar moet zitten. Ik heb een zevenstappenplan gegeven voor het bouwen van een facetclassificatie en daarnaast drie vragen die u uzelf moet stellen en vier principes die u moet volgen bij het maken van een webinterface gebaseerd op facetten. Facetsystemen zijn zeer krachtig, dus hun toenemende populariteit op het web is geen verrassing. Ze zullen steeds meer gemeengoed worden en daarom is het belangrijk om ze goed te ontwerpen en in te zetten. Alle voordelen van facetclassificaties kunnen volledig tot uiting komen op het web, waardoor gebruikers veel meer mogelijkheden hebben dan dat ze met eenvoudigere systemen op het web hadden of met facetsystemen op papier.

Er moet nog steeds veel onderzoek worden gedaan op dit gebied. Door het gehele essay hebben we belangrijke zaken uit vele onderzoeksvelden links moeten laten liggen om het verhaal behapbaar te houden: de filosofie achter classificaties en het ordenen van kennis; details over hiërarchieën, boomstructuren en paradigma’s; het uittesten van classificatiesystemen op gebruikers; of het hier beschreven model voor het bouwen van een facetclassificatiesysteem acceptabel is en hoe dat moet worden getest; implementatiedetails over het gebruik van XFML en relationele databases om de classificatie op een computer te plaatsen; de meeste aspecten van het ontwerpen van een goede website, van de HTML die zorgt dat alles werkt tot de principes van interactie tussen mens en machine en de gebruiksvriendelijkheid die het geheel goed maken, en met name de vraag welke interfaces het best zijn voor facetten; en of de drie vragen en de vier principes met betrekking tot webinterfaces steekhoudend zijn en hoe ze kunnen worden getest. Sommige van deze onderwerpen worden elders overvloedig behandeld, maar de details van mijn model voor de bouw van een classificatie moeten worden getest en het gebruik van facetten op het web moet worden onderzocht.

Literatuur

Adkisson, Heidi P. (2003). Use of faceted classification. http://www.webdesignpractices.com/navigation/facets.html, geraadpleegd op 2 november 2003.

Baeza-Yates, Ricardo, en Berthier Ribeiro-Neto. (1999). Modern Information Retrieval. New York: ACM Press.

Broughton, Vanda. (2001). Faceted classification as a basis for knowledge organization in a digital environment; the Bliss Bibliographic Classification as a model for vocabulary management and the creation of multi-dimensional knowledge structures. The New Review of Hypermedia and Multimedia, 2001, 67-102.

Chen, Pin-Shan. (1976). The entity-relationship model—toward a unified view of data. ACM Transactions on Database Systems, 1 (1) (March 1976), 9-36.

Denton, William. (2003). Putting facets on the web: an annotated bibliography. http://www.miskatonic.org/library/facet-biblio.html.

Epicurious. (z.d.). Recipe search. http://eat.epicurious.com/recipes/enhanced_search/, geraadpleegd op 15 november 2003.

Foskett, Douglas J. (2003). Facet analysis. Encyclopedia of Library and Information Science (pp. 1063-1067). 2nd ed., ed. Miriam A. Drake. New York: Marcel Dekker.

IFLA Task Force on Guidelines for OPAC Displays. (2003). Guidelines for online public access catalogue (OPAC) displays [draft]. http://www.ifla.org/VII/s13/guide/opacguide03.pdf, geraadpleegd op 17 november 2003.

International Sematech. (2003). Wafer processing services: find a patterned product. , geraadpleegd op 2 november 2003.

Kwasnick, Barbara H. (1999). The role of classification in knowledge representation and discovery. Library Trends, 48 (1), 22-47.

Lillian Vernon Online. (z.d.) Gift finder. http://www.lillianvernon.com/cgi-bin/giftfinder.pl, geraadpleegd op 4 november 2003.

Nielsen, Jakob. (2000). Designing web usability: the practice of simplicity. Indianapolis, IN: New Riders.

Petersen, Toni. (1994). Art & architecture thesaurus. Vol. 1, Part I: Introduction, Part II: Hierarchical displays. New York: Oxford University Press.

Ranganathan, S.R. (1962). Elements of library classification. New York: Asia Publishing House.

Rosenfeld, Louis, en Peter Morville. (2002). Information architecture for the World Wide Web. 2nd ed. Sebastopol, CA: O'Reilly.

Spiteri, Louise. (1998). A simplified model for facet analysis: Ranganathan 101. Canadian Journal of Information and Library Science, 23 (1/2) (April-July), 1-30.

Van Dijck, Peter. (2003). XFML Core eXchangeable Faceted Metadata Language. http://www.xfml.org/spec/1.0.html, geraadpleegd op 15 oktober 2003.

Vickery, B.C. (1960). Faceted classification: a guide to construction and use of special schemes. London: Aslib.

——— (1975). Classification and indexing in science. 3rd ed. London: Butterworths.

Voetnoot

I Noot van de vertaler: de Nederlandse vertaling van cousin is neef of nicht. Net als in het Pools wordt er in het Nederlands dus onderscheid gemaakt naar geslacht, wat in het Engels niet gebeurt.

This page was last modified on januari 31, 2011 08:17 pm.